Schelpenwit

Gespeeld door: Imke Bindels.

Leeftijd: 40 jaar.
Ras: elf (puur).
Geslacht: Vrouwelijk.
Zielnaam: Toh (bekend bij niemand).
Functie: Verzamelaar
Geboorteseizoen: Herfst.
Vaardigheden: Zwemmen, verzamelen (vooral eieren zonder embryo), klimmen, vogelgeluiden nadoen.
Magie: Zenden.

Persoonlijkheid
Schelpenwit heeft vooral veel energie. Ze is graag ergens mee bezig, of het nou nuttig is of niet. Wat klusjes betreft is ze soms een beetje lui, klusjes (zoals een nieuwe tas maken) laat ze vaak zo lang mogelijk wachten, totdat ze er heel veel moet doen. Dan gaat ze met alles wat ze moet doen tegelijk aan de slag. Meestal heeft ze er dan best lol in, en neemt ze zich voor om de volgende keer eerder aan dingen te beginnen, waar ze zich toch niet aan houdt. Ze is meestal vrolijk en vindt vaak alles goed. Hierdoor kan ze een beetje meegaand overkomen, maar als ze iets echt wil, dan stevent ze vastberaden op haar doel af en geeft niet op totdat ze haar doel bereikt heeft. Zo vond ze op een geven moment Golfbreker leuk, en begon ze heel subtiel (niet dus) hem hints te geven totdat hij door had hoe leuk ze wel niet is. Schelpenwit doet af en toe een beetje maf, en heeft veel lef. Soms overziet ze niet alle risico’s, denkt ze niet ver genoeg vooruit, waardoor bijvoorbeeld haar handen telkens weer onder de krassen zitten.
Ze wil graag de gulden middenweg vinden, en probeert dingen van alle kanten te bekijken (haar ‘meegaande’ eigenschap), maar neemt meestal toch snel beslissingen. Ook hier geldt, als ze dan eens ergens zelf een enigszins afwijkende mening over heeft, geeft ze voorkeur aan haar eigen mening. Ze is erg bang voor de Wezens, en doet het liefst alsof ze niet bestaan, gaat over iets anders praten, of kapt het gesprek gewoon af.

Uiterlijk
Gezicht: Gezicht: Beetje bol, rond hoofd, met wel wat vierkante neigingen. Grote lichtblauwe ogen en lichte ronde wenkbrauwen, kleine mond, niet zo’n erg volle lippen, rozige kleur. In de zomer een paar sproetjes, die in de winter voor het grootste deel vervagen.
Haar: Overheersend wit, met een paar lichtblonde (in de zomer, in de winter wat donkerder) plukjes erdoorheen, erg dik, komt los tot het midden van haar schouderbladen. Het zit in een dikke vlecht met flink wat kortere losse plukken langs haar gezicht en over haar voorhoofd en ook over haar achterhoofd.
Lichaam: Redelijk gespierd, vooral haar kuiten, verder erg slank van het vele bewegen maar niet mager, beetje smal, lichte rondingen. In de winter snel weer een bleke, lichte huidskleur, in de zomer verbrand ze eerst en wordt dan bruin. Ze haalde ooit haar linkerschouderblad open, en heeft daar een verticaal litteken. Op haar handen heeft ze een aantal kleine onopvallende littekentjes, omdat ze af en toe haar handen bij het verzamelen openhaalt. Na een tijdje vervagen die littekens, maar ze krijgt er constant nieuwe bij.

Kleding
Warm: Een zwart wit gestreept kledingstuk, een soort badpakachtig ding, met aan de voorkant een groot gat in het midden en aan de achterkant komt het pas bij haar onderrug samen. Daarover draagt ze een rode mouwloze top, die op haar rug met een knoop vastzit, aan de voorkant aan de onderkant van de top zit ook een knoop, waaraan een soort rood schort vastzit, met een gat in het midden waardoor je een stuk buik en haar navel ziet. Het fungeert ook als rokje, want bij haar heupen heeft ze aan beide kanten nog een knoop, waaraan nog een rode lap stof zit, de achterkant van het ‘rokje’. Aan haar voeten draagt ze stevige rode instappers.
Koud: Een witte bontjas tot halverwege haar bovenbenen, hij is open aan de voorkant en wordt tegen haar lichaam gehouden door een brede grijze riem. Ze draagt een zwarte jurk die onder de riem en jas zit, de rok komt tot net onder haar knieën en heeft aan de voorkant twee hoge splitten, ook twee aan de achterkant. Daaronder een grijze legging, en witte bontlaarzen tot net onder de jurk. Eventueel bruine leren handschoenen.
Kleuren: Rood, zwart, wit.

Sieraden: Een armband met 5 witte schelpen en tussen iedere schelp drie zwarte kralen. Ze draagt ‘m aan haar linkerpols.
Speciale voorwerpen: 2 schoudertassen. Om de zoveel tijd moet Schelpenwit een nieuwe maken, wat er nog overblijft van de oude tassen hergebruikt ze dan meestal voor andere dingen. Een van de twee tassen die ze nu heeft gebruikt ze om te verzamelen, de andere is haar allereerste tas die ze met hulp van haar ouders heeft gemaakt. De nieuwe tas is van binnen met zacht leer bekleed, en ze heeft er altijd een paar zachte doeken inzitten zodat eieren die ze verzamelt niet stuk gaan.
Wapen: Een speer die ze vaker als knuppel dan als speer gebruikt.

Familie
Ouders: Vader Schuiver, moeder Draaitol (beide overleden).
Haar ouders zijn allebei tijdens het vissen gestorven, toen Schelpenwit 10 was. Draaitol werd door een haai gegrepen, en Schuiver ging erachter aan, wat helaas ook zijn einde betekende. Schelpenwit heeft haar ouders dus bewust meegemaakt, en hoewel ze veel van zwemmen houdt, wordt ze toch een beetje zenuwachtig en zwemt snel terug, als ze iets te ver het water in gaat.
Broer: Geen
Partner: Golfbreker
Kind: geen
Vrienden:Golfbreker, Parelgolf, Sprinkel en Schildpad.
Golfbreker is niet alleen haar gezel, maar ook haar beste vriend. En zijn zus, Parelgolf, is haar beste vriendin. Meestal is ze dan ook met een van die twee, of allebei te vinden. Verder kan ze wel goed overweg met Schildpad en met de kleine Sprinkel.

Geschiedenis
Ze is in het begin van de herfst geboren, en kon al snel kruipen. Het liefst pakte ze alles op om het dan in haar mond te stoppen, ook al was dat niet altijd een goed idee. Toen ze ouder werd nam ze als vanzelfsprekend de rol van verzamelaar op zich, iets waar ze nog altijd plezier aan beleeft. Het litteken op haar schouderblad heeft ze ook tijdens het verzamelen opgelopen: ze was een boom ingeklommen, toen een tak afbrak. Schelpenwit kon na een paar meter gevallen te zijn een andere tak vastgrijpen, maar ze was ondertussen met haar schouderblad langs een scherpe tak gekomen, wat een diepe snee veroorzaakte. Het voorval deed haar niet zoveel, ze kijkt alleen voortaan iets beter uit voor ze haar volle gewicht aan een tak toevertrouwt.