Seizoenen


Lente
In de lente is het vaak lekker weer. Te koud om in korte kleren rond te lopen, te warm om lange mouwen te dragen.
Warme zonnestralen word vaak afgewisseld door wolken en een koud briesje. De lammeren worden geboren en de
fruitbomen staan in bloesem.

Zomer
In de zomer is het bloedheet. Vaak wordt het duingras dor, en zoeken de elven koeling in hun holen,
maar werk hoort er ook bij. Vissen en jagen is voor vele elven dan ook een opluchting, want de zee
is koel, en de schaduwen van het woud geven ook zo hun bescherming. De avonden dagen zijn lang,
en de nachten kort. In deze tijd zijn er veel orkanen.

Herfst
In de herfst is het vaak koud en druilerig. Er valt veel regen, en de elven zitten vaak tot hun
knieen in de modder van het natte zand in de duinen, en de plassen in het woud. Vele elven zoeken
schuil onder grote bladeren als ze naar buiten moeten, maar graag gaan ze niet naar buiten. In deze
tijd zijn er veel regenstormen.

Winter
In de winter is het ijskoud. De elven moeten goed ingepakt zitten, want anders kunnen ze van de
kou niet naar buiten. Rooie neuzen en roze wangen van de kou zijn niet vreemd, en de dagen zijn
kort. In deze tijd zijn er veel sneeuwstormen.